Afgelopen maandagavond vond in Leiden een herdenking plaats van Cleveringa’s beroemde rede uit 1940 tegen de verwijdering van Joodse collega’s van de universiteit door de Nazi’s. Deze herdenking had als thema ‘Increasing Polarisation: Is There a Cure?’ dat werd uitgewerkt door drie sprekers gevolgd door een kort debat. Mitchell Wiegand Bruss, student en gemeenteraadslid in Leiden, de Franse hoogleraar Dominique Moïsi, en de Leidse hoogleraar Kutsal Yesilkagit analyseerden de positie van onze politieke instituties temidden van de huidige polarisatie in democratieën overal ter wereld. Mitchell deed een oproep aan de politieke instituties om de verbinding met de jonge generatie te herstellen en zo het politieke vertrouwen daar te herstellen.
Een vraag die de sprekers niet aanroerden was die naar de rol van de wetenschap en academische instituties zèlf in een gepolariseerde samenleving. De aanzet van de eerste spreker richting concrete stappen tegen polarisatie, bleef hierdoor onbeantwoord, hoewel er juist voor de universiteit een essentiele rol ligt in een gepolariseerde samenleving. In gepolariseerde debatten is immers de vraag wat de feitelijke waarheid is over de gegeven kwestie van cruciaal belang (bijvoorbeeld: leidt meer immigratie wel echt tot meer criminaliteit? Wat zeggen de cijfers hierover?). Om de weg naar overeenstemming over zulke kwesties terug te vinden, kan de samenleving niet zonder vindplaats(en) van betrouwbare feitelijke informatie, en de universiteiten en onderzoeksinstituten zijn onze enige instanties om die rol te vervullen. Valt die vindplaats weg, dan blijven er alleen meningen over, en uiteindelijk geen andere remedie tegen maatschappelijk conflict dan de brute onderdrukking van het ene kamp door het andere.
Voor het vervullen van deze maatschappelijke rol is voor de wetenschap echter niet alleen feitelijke neutraliteit in gevoelige kwesties noodzakelijk, maar ook de reputatie van neutraliteit en objectiviteit: de gehele maatschappij, inclusief de overgrote meerderheid de conclusies niet zelf kan controleren, moet er immers op kunnen vertrouwen dat de wetenschap de (op dat moment) best mogelijke kennis levert. Dit betekent dat de universiteit het onderscheid tussen wetenschap en activisme strict in acht moet nemen, juist om haar maatschappelijke taak te kunnen vervullen. Omdat we maatschappelijk engagement natuurlijk wel waarderen, plaatst dit de universiteit in een ingewikkelde evenwichtstoer, die permanente waakzaamheid en zelfkritiek vereist. Enerzijds is ‘de-platforming’ aan de universiteit uit den boze; maar anderzijds betekent dit ook dat de universiteit zeer kritisch moet staan tegenover
hoogleraren die zich profileren als bijvoorbeeld de stem van een ‘woke’ beweging, of juist van de tegenstrevers daarvan. De reputatieschade die zij de wetenschap kunnen toebrengen, beschadigt uiteindelijk de gehele samenleving. De Cure voor Increasing Polarisation raakt dan alleen maar verder buiten bereik.
Jan Waszink studeerde in Leiden en is momenteel onderzoeksleider in het Historisch Instituut van de Academie van Wetenschappen in Warschau, van een onderzoek naar het vroegste geschiedenis van het denken over de scheiding van kerk en staat. Hij publiceert regelmatig over tolerantie en polarisatie, zie www.tolerantieisnooitmakkelijk.nl


